Ik ben Inge en ik ben een alcoholist.
Vreemd, zul je misschien denken, ‘iemand die z’n eerste stap doet op de website van AA-Oegstgeest en dan zegt dat ie een alcoholist is’. 
Dat klopt, maar een alcoholist werd ik pas toen ik lid werd van de AA, daarvoor dronk ik gewoon veel en had ik misschien wel een drankprobleem, maar een alcoholist was ik echt niet.
Dus…. Sinds ik bij de AA ben, ben ik een tevreden, niet drinkende alcoholist, want een alcoholist blijf ik mijn leven lang: één glas is te veel, twee glazen te weinig wat zoveel wil zeggen, dat als ik één glas drink ik het tweede en het derde en het vierde glas neem, tot de fles leeg is en de volgende…..en de volgende…….

 

Mijn verhaal:

Ik kreeg mijn eerste glas sherry toen ik een jaar of 17 was, ’s zondags uit de kerk. Daar was op zich niet zoveel mis mee; ik vond het lekker, meer ook niet. Het was ook niet zo dat ik door dat enkele glas meteen  in vuur en vlam stond voor drank, het deed me, voor zover ik me herinneren kan, niet zoveel.

Na het behalen van mijn middelbare schooldiploma ging ik als au pair naar Londen. Ik had het daar niet zo naar mijn zin, maar sloeg me er doorheen omdat ik aan het thuisfront niet wilde laten merken dat ik het er niet leuk vond. Stiff upper lip. De avond van eerste Kerstdag, stond ik in de keuken af te wassen  terwijl de familie gezellig zat de dineren in de eetkamer. Ik voelde me gefrustreerd en toen de glazen van het digestiefje de keuken binnen werden gebracht om afgewassen te worden, dronk ik voordat ik ging afwassen, eerst alle restjes uit alle glazen – en dat waren er veel-  op, zo boos was ik en zo zielig voelde ik me.  Ik weet niet meer wat de uitwerking van de restjes likeur was, (ik geloof wel dat ik me er wat lekkerder door voelde),  en of ik de volgende dag een kater had; in ieder geval ging ik naar Nederland voor een korte vakantie. Ik denk dat ik in die week thuis meer gedronken heb dan goed voor me was. Mijn ouders waarschuwden me, maar ik vond dat het wel meeviel. Terug in Engeland was er voor mij, zoals gebruikelijk,  geen drank beschikbaar en dat was dan ook geen probleem, ja, toen nog niet.  Daarna, terug in Nederland, volgde ik een opleiding en ging ik werken. Drank was nog geen constante.  Ja, soms, dan dronk ik veel te veel, maar dat deden we allemaal, we waren jong toen, dus dan deed je dat.

Toen ik 22 jaar oud was ging ik als stewardess bij de KLM werken en in die vijf en half jaar dat ik daar gewerkt heb,  heb ik  het drinken behoorlijk onder de knie gekregen. Ik zoop me suf, ja niet aan boord natuurlijk, dat was strikt verboden en ook een aantal uren voordat er gewerkt moest worden niet, maar tijdens de stops en ook thuis dronk ik veel, heel veel.  Ik verkeerde behalve bij de KLM, ook thuis in een zeer drankvriendelijke omgeving: drinken was gewoon, de taxfree drank die ik van mijn vluchten meenam werden door mijn toenmalige vriend en zijn studievrienden met gejuich begroet en soldaat gemaakt, ik deed gezellig mee. Ik ging ander werk doen (mijn contract bij de KLM was afgelopen), iedereen raakte zo’n beetje afgestudeerd, kreeg een baan en…..ging minder drinken, behalve ik, ik dronk altijd door tot het bittere einde om het zo maar te noemen. Zelfs mijn man, die toch ook echt heel erg van een glas hield, werd daar wel eens wanhopig van. Ik niet, ja ik had last van de katers en ik schaamde me vaak, omdat ik me regelmatig niet meer kon herinneren wat ik de vorige avond allemaal had uitgekraamd.  Dan belde ik iedereen om te horen of het meeviel en of ze me nog wel aardig vonden, kortom: ik wilde weten of ik het niet al te bont had gemaakt.

Ik bleef doorgaan met drinken, veel drinken. Ik vond zelf zo langzamerhand ook wel dat het te veel was, dat ik me met veel drank op misdroeg en dat ik zo langzamerhand eens zou moeten minderen, of moeten stoppen. Maar dat deed ik uiteraard niet. Ja, soms deed ik een halfbakken poging, maar die drankvrije periode duurde nooit lang, vaak maar heel kort. Ik durfde niet, ik dacht dat mensen me niet meer leuk zouden vinden als ik niet meer dronk, dat ik niet meer mee zou kunnen doen, dat ik alleen zou komen te staan.

Dat ik onuitstaanbaar was als ik te veel op had, heb ik me pas later gerealiseerd; dat ik zoveel dronk om mijn gevoelens te verdoven, ook dat besefte ik pas later;  dat ik zoveel dronk omdat ik bevestiging nodig had, die ik in de roes vond,  ook dat ontdekte ik later, dat ik steeds maar weer beloond wilde worden en dat alcohol mij die beloning gaf. Ik was eind dertig en vond dat het zo niet langer door kon gaan: mijn huwelijk leed er onder, mijn vriendschappen, mijn werk. Ik ging naar de huisarts en vertelde hem dat ik wel erg veel dronk en dat ik dat niet meer wilde. ‘Dan kun je naar het CAD (consultatiebureau voor alcohol en drugs) of naar de AA, in beide gevallen kun je nooit meer drinken’.  Ik koos voor het CAD, de AA leek me echt voor kansloze alcoholisten en daar behoorde ik niet toe.

Bij het CAD heb ik tien jaar lang geprobeerd het niet drinken onder de knie te krijgen, met wisselend resultaat.  Dan was ik weer eens een poos droog (zelfs één periode bijna een jaar), dan hield ik dat droog zijn weer voor gezien, gaf er de brui aan en begon ik weer te drinken. Ik dronk door Antabus (een middel dat je krijgt om niet te kunnen drinken) heen; op de gespreksavonden -2 x per week- belazerde ik de kluit: ik zei  dat ik absoluut niet gedronken had, terwijl ik dat wel had gedaan. Kortom het schoot niet op. Als ik niet dronk gedurende een periode, was ik geen blije, niet drinkende alcoholist, maar een zielige, ik vond het naar dat ik niet mocht (let op het woordje ‘mocht’,  van niet willen was kennelijk geen sprake) drinken, ik vond het leven niet leuk meer, ik miste de roes, de beloning, het dempen van allerlei gevoelens die opspelen als je droog bent en waar je dan wat mee moet, enz., enz. Ik stopte bij het CAD, want het lukte me niet. Ik wilde kennelijk nog niet, of het was allemaal nog niet erg genoeg.

Ik deed heel erg mijn best om alle ballen in de lucht te houden: ik deed nog steeds mijn werk, ik had een nieuwe relatie met een man die ook behoorlijk dronk, niet ok dus en ik zat in een scheiding. Ik ging steeds meer drinken. Ik werd angstig, had black outs, werd onredelijk, stond met enorme katers voor de klas, probeerde te stoppen met drinken, begon weer, kreeg een steeds grotere hekel aan mezelf, vond mezelf niets meer waard en gaf vaak anderen de schuld van mijn, in mijn ogen, behoorlijk mislukte leven.

Niet zo snel zal ik vergeten dat ik op een maandagochtend in maart 1993 op een stoel in de woonkamer zat –ik had me net op mijn werk ziek gemeld- en besefte dat als ik zo doorging dit mijn einde zou betekenen. Mijn huwelijk was al naar de knoppen, vervolgens zou ik mijn werk  verliezen, want ik zou me vaker ziek gaan melden, mijn vrienden zou ik kwijtraken en wat moest ik dan???? Dat wilde ik dus allemaal niet, ik wilde nog wel wat leven en er nog wat van proberen te maken. Ik was het zat, er moest iets gebeuren. Terug naar het CAD wilde ik niet meer, kon ik ook niet meer, vond ik. Ik had het daar al te vaak geprobeerd en verklooid.  Dan de AA maar. Ik belde, er werd opgenomen en ik schrok terug, hing op. Dat schoot zo niet op, waar bleef ik nou met m’n voornemens om nog wat van mijn leven te gaan maken? Ik belde een tweede keer, er werd weer opgenomen, ik kon mijn verhaal vertellen en de vrouw die ik aan de lijn had, begreep me en vertelde dat er de volgende avond twee mensen bij me langs zouden komen om hun verhaal te vertellen, maar dan was het wel de bedoeling dat ik niet had gedronken. Dat beloofde ik.

Er kwamen twee vrouwen bij me op bezoek, zij vertelden hun verhaal –wat leek dat veel op het mijne- ik vertelde het een en ander over mijn leven en toen ze vroegen of ik mee wilde naar de groepsavond kon ik uit de grond van mijn hart zeggen dat ik dat heel erg graag wilde. De donderdag daarop kwam één van de vrouwen mij ophalen. Ik was benieuwd naar wat voor mensen ik zou aantreffen en tot mijn stomme verbazing waren dat allemaal heel aardige, opgewekte, gezellige mensen die die avond voor mij hun Eerste Stap deden. Een feest van herkenning voor mij uiteraard: ik was niet de enige, ik was bij mensen terechtgekomen die allemaal het zelfde probleem hadden en er iets aan deden en droog, nuchter konden blijven. Wat zij hadden, dat wilde ik ook maar al te graag. Ze vertelden mij dat dat kon door gewoon elke week naar de groep te komen en te luisteren naar wat er daar verteld werd zodat ik kon leren met de 12 Stappen te werken en er naar te leven. Als ik het niet meer zag zitten en toch weer wilde gaan drinken kon ik altijd iemand bellen, dag en  nacht, en zeker de twee vrouwen die bij mij op bezoek waren geweest, mijn sponsors die mij met raad en daad bij zouden staan en hebben gestaan. Sinds die maandag in maart drink ik niet meer. Het is niet zo, dat ik niet mag drinken, want dat mag ik, nee, ik wil niet meer drinken, want als ik weer ga drinken richt ik mezelf te gronde.

Ik ga met plezier elke week naar de AA groepsavond en hoop dat te blijven doen zolang ik dat kan, dan blijf ik nuchter en dat is wat ik wil. Ik heb de groep nodig, want alleen kan ik niet: nuchter blijven. Ik ben blij dat ik ooit heb toegegeven dat mijn leven stuurloos geworden was door de drank en dat ik dat probleem niet alleen  kon oplossen en daarbij hulp van anderen nodig had.